Restauratiebenadering

In het begin van de jaren ’70 van de vorige eeuw bestond toch wel het idee dat je met behulp van de moderne materialen en technieken de achteruitgang van objecten en gebouwen kon stopzetten of minstens zodanig afremmen dat verder verval nauwelijks meer zou optreden. Over de hele wereld werkten wetenschappers aan deze taak en tal van congressen waren gewijd aan impregnatiematerialen, beschermende preparaten en innovatieve technieken. Hoopvolle tijden, mooie tijden!

Maar in de loop der tijd en dankzij een paar wijze mensen uit de praktijk, werd steeds meer duidelijk dat het ingrijpen in de natuurlijke vervalsprocessen op termijn toch wel erg vaak tegenover gestelde resultaten lieten zien ten opzichte van wat was beoogd. In die omslagperiode was het vooral het Centraal Laboratorium voor Onderzoek van Voorwerpen van Kunst en Wetenschap, later het ICN geheten en nu opgegaan in de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, dat voorop liep. Meer en meer liet het een kritische noot horen bij al die stoere ingrepen in de processen van moeder natuur. Het kostte moeite ook de industrie te overtuigen, die juist in die middelen en technieken een nieuwe boterham had gevonden. In die 'sympathieke' omgeving waar men een langer leven voor de objecten of monumenten beloofde, ontstond er ook de ongebreidelde wildgroei van ‘cowboys’ met spierballen in de vorm van hogedruk spuiten en sterk bijtende chemicaliën. Ook in dit segment van bedrijvigheid groeiden en bloeiden bedrijven en personen die het wonder per kilo aanprezen!

Dat is  tegenwoordig anders. Behoud en beheer gaan allereerst uit van de grootst mogelijke terughoudendheid en het streven naar minimale ingrepen met respect voor de processen die gaande zijn. Door zich te richten op omgevingsfactoren, zoals het beheersen van het klimaat rondom objecten, het op veel regelmatiger basis uitvoeren van onderhoud aan gebouwen en proberen de invloeden van moeder natuur te geleiden, bleek het mogelijk achteruitgang effectief te remmen. Slechts zelden wordt natuursteen nog geïmpregneerd, zelden worden objecten nog volledig doordrenkt met anti houtrotmiddelen, nee, objecten gaan in een plastic hoes ingepakt, in twee op elkaar volgende sessies voor een aantal dagen in een diepe vrieskou. In de eerste sessie leggen de levende houtwurmpjes het af, in de tussenperiode komen de eieren snel uit en in die tweede sessie komt ook daarvoor het einde. Zonder  bestrijdingsmiddelen is een veel effectiever resultaat bereikt, simpelweg door zich te verdiepen in de natuurlijke processen. Grote gebouwen moeten soms nog wel worden behandeld, maar daar worden dan  uit de natuur afgeleide middelen voor gebruikt die niet schadelijk zijn voor warmbloedigen. 

 
Natuurlijk zullen soms lijm- en impregnatiemiddel noodzakelijk blijven. Er zullen technieken zoals het injecteren of reinigen toegepast moeten worden. Restauratieadvies vraagt dus een brede kijk op materialen en technieken, gaat uit van een minimale ingreep, maar aarzelt niet om soms doortastend op te treden of de ernst van een situatie duidelijk te verwoorden.